werkloos578In een eerder blogbericht stelde ik dat het gros van de 45-plussers zich te zeer gedraagt als een 20-er die een kans moet krijgen. En dat die 45-plusser daarmee niet het gedrag vertoont dat geapprecieerd wordt door de markt. Vanuit verschillende kanalen bereikten me vragen over deze opmerkingen. Vaak constructieve en open vragen: Wat bedoel je daarmee? Over welk gedrag praat je dan? Hoe moeten 45-plussers zich dan profileren? Soms meer defensieve vragen: Wil je nu zeggen dat een 45-plusser geen kans meer moet krijgen? Of nog erger: vind je nu echt dat 45-plussers geen kwaliteiten hebben. Een enkele keer zelfs vrije agressieve vragen: Ben ik het niet waard, of zo? Natuurlijk heb ik alle vragen persoonlijk beantwoord, maar graag ga ik in deze post nog eens nader in op het thema ’de werkzoekende 45-plusser’.

Om evenwel een herhaling van zetten te voorkomen, hierbij alvast enkele heel duidelijke stellingen:

  • Ja, ik ben ervan overtuigd dat ELKE 45-plusser kwaliteiten en talenten heeft.
  • Ja, ik vind dat ELKE 45-plusser van waarde kan zijn.
  • Ja, ik vind het goed om 45-plussers weer aan het werk te krijgen (alleen al vanuit het feit dat ze vaak nog 10 of 20 jaar een actieve bijdrage kunnen leveren aan onze economie).

Zo, dan is dat ook de wereld uit!

Waar wringt de schoen?

Wanneer ik stel ”dat de 45-plusser niet het gedrag vertoont dat geapprecieerd wordt door de markt’” doel ik op verwachtingen die we allemaal – ik herhaal: allemaal – hebben rondom het gedrag van mensen van een bepaalde leeftijd. Laat ik het heel eenvoudig maken en dicht bij mezelf blijven: ik heb 2 kinderen van 6 en 7 jaar. Toen zij een jaar of 3 waren, gebeurde het nog wel eens. Als ze hun zin niet kregen, begonnen ze te krijsen, gingen over de grond rollen of stampten hard met hun voetjes en huilden alsof de hele wereld tegen hun was. Irritant? Ja, af en toe. Toch werden mijn vrouw en ik dan niet kwaad. Sterker: veelal keken we ons kindje minzaam aan. Moesten we heimelijk wat lachen. En zeiden we iets tegen elkaar in de trant van: ”Och kijk, ze krijgt haar zin niet?”. Of, soms ook ”hij krijgt zijn zin niet”, want ook mijn zoontje maakte zich van tijd tot tijd wel eens schuldig aan dat gedrag.

Onze kinderen zijn nu dus 6 en 7. Af en toe proberen ze het nog wel eens. Diezelfde kinderen. Wij, dezelfde ouders als toen, accepteren het nu niet meer. Geen minzame glimlach. Niets van: ”Och, arme meid…”. Nee, het wordt niet meer geapprecieerd. Datzelfde gedrag als toen tolereren we niet meer. Datzelfde gedrag van diezelfde kinderen stuit nu bij diezelfde ouders op een andere reactie. Een reactie in de trant: ”Je bent nu 6 en je kunt gewoon praten”.

Logisch toch? Herkenbaar zelfs. Zeker voor eenieder die zelf kinderen heeft. De moraal: het geapprecieerde gedrag correleert met de leeftijd.

Voor kinderen is dit duidelijk. Heel duidelijk zelfs. Die verandering in verwachtingen stopt echter niet wanneer we de 20 passeren. Wanneer we gaan werken. We verwachten ander gedrag van een 50-er dan van een 20-er. Dat weet iedereen, behalve soms die 20-er zelf. Een 20-er die zich presenteert als een 50-er en pretendeert dat ’ie al de meest complexe projecten kan managen, of vindt dat hij ruimte kan claimen, danwel volledig zelf kan bepalen wat hij wel of niet moet leren… wordt subtiel maar daadkrachtig teruggefloten. Omgekeerd geldt exact hetzelfde voor een 50-er, die zich gedraagt als een 20-er. Ook die wordt teruggefloten.

Gewenst gedrag

Het voert te ver om hier de gehele theorie rondom loopbaanontwikkeling uit de doeken te doen, dus beperk ik me tot een aantal cruciale gedragingen/verwachtingen. Van een 45-plusser verwachten we dat hij overwicht heeft. Positie. Dat hij zijn krachtlijn en valkuilen wel heeft leren kennen. Dat hij dus weet waar hij goed in is en ook en vooral waar hij niet goed in is. Dat hij die eigen sterkten en zwakten zelfs heeft leren accepteren. Dat hij een bewuste keuze – qua rolinvulling – in zijn loopbaan heeft gemaakt. Dat hij weet dat hij invloed kan uitoefenen. En, dat hij heeft geleerd ’hoe’. Dat hij zich niet zomaar in een traject laat hijsen, maar ruimte claimt. Dat hij zich profileert. Dat hij kansen creëert of zelfs claimt. Dat hij het spel verdeelt en weloverwogen – met betrokken afstand – processen tegemoet treedt. Dat hij zijn ervaring dus toont en niet als een bok op de spreekwoordelijke haverkist op alles hapt wat voor zijn neus komt. Kortom:dat hij zich profileert als een senior.

Dat is wat we verwachten. Dat is ook wat we terugzien bij succesvolle 45-plussers. Dat is wat we terugzien bij 45-plussers die de ideale ontwikkelingsgang doorlopen hebben in hun carrière.

Stampvoetende senioren

Natuurlijk begrijp – en weet – ik dat niet iedereen die ideale gang gemaakt heeft. Natuurlijk begrijp ik ook hoe schrijnend het kan zijn wanneer je je baan verliest, je thuis zit en de kosten van studerende kinderen als een zwaard van Damocles boven je nek hangen. Dat de drang om weer ergens te kunnen beginnen groot is, omdat je je huis nog niet helemaal afbetaald hebt. Of – door de bancaire crisis helemaal niet. Het is allemaal begrijpelijk. Heel begrijpelijk.

Net zo begrijpelijk is het dat sommige mensen niet de ideale gang gemaakt hebben. Dat ze het onderweg in de loopbaan ergens hebben laten liggen. Dat ze te lang gedacht hebben: ”Het komt wel goed”. En dat, nu het niet ’wel goed komt’, het niet eenvoudig is.

Oversimplificering

Het ligt niet altijd aan de scheids, het veld, de bal… in casu aan de werkgevers, de markt en de leeftijd an sich. Natuurlijk kan of moet er ook bij menig werkgever anders gedacht gaan worden over het aannemen van een 45-plusser. Maar, om het enkel daar op te steken, vind ik een kwestie van het probleem oversimplificeren. De crux om weer aan het werk te kunnen, zit voor veel 45-plussers eerst en vooral in het gaan vertonen van het juiste gedrag. In beseffen wat van hen verwacht wordt en zich daar naar gedragen.

 

Patrick van Schendel