Hoe je je gedraagt is net zo belangrijk als wat je doet en wie je kent, aldus Shane Atchinson (CEO bij Possible). Je professioneel succes (of gebrek daaraan) hangt volgens hem dus in significante mate af van je kantoorpersoonlijkheid. 

Dit zijn volgens hem de tien vaakst voorkomende typetjes in de werkomgeving:

1.De klager. Elk bedrijf heeft een groepje klagers die nooit hun mond kunnen houden over wat er allemaal verkeerd gaat, maar zelden oplossingen aanbrengen. Dit is slecht voor hun carrière én voor de algemene bedrijfscultuur.

2.De optimist. Dit type houdt van zijn bedrijf en gelooft ten volle in de missie. Hij neemt het initiatief om problemen op te lossen, haalt de koffie wanneer de kan leeg is, organiseert groepslunches en is de eerste om collega’s op enthousiaste wijze aan te moedigen wanneer die met een goed idee voor de dag te komen.

3.De bankzitter. De meeste mensen zijn bankzitters: ze volgen de rest en nemen de cultuur van hun omgeving over. Ze veranderen in probleemoplossers als ze naast optimisten zitten en in negativo’s als ze naast klagers zitten. Het is aan het management om het meeste uit deze grote groep te halen.

4.De realist. Realisten zien de dingen zoals ze zijn en proberen de waarheid niet te verbloemen. Dit is doorgaans het beste type voor financiële posities, maar het slechtste voor creatieve posities. De beste realisten zijn degene die niet bang zijn van (rationele) risico’s.

5.Het blok-aan-het-been. Deze mensen zien zichzelf als realisten, maar zijn eigenlijk constant op zoek naar redenen om zaken niét te doen. Deze groep komt alsnog tot bloei onder managers die houden van risicoaversie en spaarzaamheid.

6.De ik-eerst. Dit type ziet alles en iedereen in functie van zijn persoonlijke agenda en doet absoluut alles om macht te vergaren. Sommigen schoppen het ver, maar de meesten falen omdat ze door al hun machtsspelletjes vergeten om hard te werken.

7.De martelaar. Martelaars zijn altijd de eersten om toe te komen op kantoor en de laatsten om te vertrekken. Ze werken harder dan alle anderen, maar jammer genoeg beloont het management ze vaker met werkzekerheid dan met promoties.

8.De filibusteraar. Dit zijn mensen die altijd praten, maar weinig doen. Op meetings hoor je ze opmerkingen maken als “bekijken we deze zaak wel vanuit voldoende invalshoeken?” en “laat ons even outside the box denken”. Het resultaat is dat ze niets gedaan krijgen.

9.De zelfcriticus. Zelfcritici zijn er van overtuigd dat ze onvoldoende goed, slim, ervaren of belangrijk zijn om hun stem te laten horen. Meestal zijn ze jong, intelligent en relatief onervaren.

10.De jobsnob. Deze persoon is uitermate trots op zijn titel en houdt ervan om een strikt hiërarchisch onderscheid te maken tussen mensen op het werk.